Terugdenkend aan het begin van hun carriere zijn ze er toch, die Nederlandse toppen.
   Steven Rooks, later winnaar van het bergklassement in de Tour, wordt door een vriendje meegenomen naar de klimweg in Schoorl en geeft toe: ‘Hij reed omhoog. maar ik… kggg-kggg-kggg, niet zo goed schakelen… nee, ik kwam niet boven.’
   Johan van der Velde leende stiekem de auto van zijn vader om een bergcriterium in Sittard te gaan rijden en prompt won hij zijn eerste koers. ‘Dan merk je dat het daar een stuk lastiger is dan op het vlakke en dat me dat meteen veel makkelijker afging.’
   Er valt wel degelijk het nodige te vertellen over de Nederlandse hellingen. Zelfs Jan Janssen herinnert zich alsnog: ‘De Keutenberg is even een venijnig sprintje en dan gaat het wel, dat is 200 meter. Als ik ze in een volgorde moet zetten: Slingerberg, Keutenberg en… Camerig, die is ook lastig, dat vind ik een shit-ding, man, ohhh!’

De auteurs verkenden op hun fiets alle heuvels en hobbels die ze in Nederland konden vinden, van Het Kopje van Bloemendaal via de Van Brienenoordbrug tot de Keutenberg in Limburg. Op basis van deze jarenlange inspanning stelden zij een persoonlijke Toppen Top 40 samen, waarin niet alleen gelet werd op hoogte en stijging – want dan zouden nagenoeg alle toppen in Zuid-Limburg liggen – maar ook op historische en esthetische waarden. Ook al toont dit fraai vormgegeven boek als een naslagwerk, het is toch echt de bedoeling dat lezers de beschreven heuvels ook zelf op de fiets bedwingen: daarom bevat ieder Top-hoofdstuk een topografisch kaartje en de mogelijkheid om de eigen datum, tijd en verzet in te vullen.

Fietsen op hellingen kan zo overweldigend zijn dat het behalve de benen ook de geest vleugels geeft. Door de levendige beschrijvingen van de toppen, die niet alleen historisch, maar soms ook licht absurdistisch, filosofisch of poëtisch zijn, leest dit boek als een roadmovie.

< terug